Wat te doen als ouders?

We moeten er ons bewust van zijn dat genderdysforie of genderidentiteitsstoornis, een stoornis is. Het kind heeft een stoornis in de hersenen waaraan het zelf niets kan doen. De link tussen de sekse en de genderidentiteit klopt niet, en daarom moeten we proberen zo goed mogelijk te reageren op deze stoornis. Het kind kan ongelukkig en depressief worden omdat het zich vaak erg slecht voelt. Als ouder kan je echter wél veel doen.

  • Praten met het kind

Voor deze kinderen is het dikwijls heel belangrijk dat ze zich begrepen voelen en dat ze met iemand kunnen praten over hun probleem. De erkenning van het probleem is immers de eerste en belangrijkste stap! Ze zitten er dikwijls echt mee, en het dan afdoen als iets onbenulligs zal zeker geen beterschap brengen. Voor het kind is het heel verwarrend of het nu een meisje of jongen is, iets waarover we ons normaal gezien helemaal geen zorgen moeten maken. We zijn een meisje en voelen ons een meisje en omgekeerd, maar voor genderdysfore kinderen ligt het helemaal niet zo gemakkelijk.

Uiteraard kan je afspraken maken met je kind: dan mag je meisjeskleren dragen en dan niet. Belangrijk is hierbij dat je zegt waarom wel of waarom niet, anders heeft het kind het gevoel dat het niet goed is en dat het rare dingen wilt, en voelt het zich uitgesloten.

  • Niet drammen

Kinderen die worden uitgelachen en waarop druk wordt uitgeoefend om te veranderen, hebben het vaak heel moeilijk. Het gevoel een jongen of meisje te zijn kan ook niet zomaar veranderd worden! Het kind mag niet het gevoel krijgen dat het iets verkeerd doet, want het zal het zo niet aanvoelen. Voor hem/haar is het heel gewoon om zich als meisje of jongen te voelen. Andere jongens en meisjes zouden het er even moeilijk mee hebben om hun gedragingen ineens te veranderen naar die van het andere geslacht. Het is belangrijk om in te zien dat als een jongen zich een meisje voelt, zich ook écht een meisje voelt en zijn gedrag niet zomaar kan veranderen naar jongensachtig gedrag.

  • Afspraken maken

Verbieden veroorzaakt vaak het tegenovergestelde effect; kinderen die zich niet mogen kleden in de kleren die ze willen, doen het vaak heimelijk. Ze voelen zich niet begrepen en anders, maar hebben er wel nood aan. Ze moeten het doen om zich goed te voelen. Als ouder kan je dan beter het wel toelaten volgens afspraken die je maakt met je kind, zodat het toch het gevoel heeft dat het zichzelf kan zijn. Belangrijk hierbij is wel dat je duidelijk vermeldt waarom iets mag of niet; zodat het kind het ook effectief begrijpt.

De ouders zullen telkens moeten bedenken wat ze goed vinden; wat ze toelaten tegenover hun kind en dat is niet altijd gemakkelijk. De buitenwereld kan soms gemeen hard zijn voor de ouders én het kind.

Als de kinderen al wat ouder zijn, zullen zij steeds meer keuzes maken voor zichzelf; waar zij zich het beste bij voelen.

  • Sociale vaardigheden bijbrengen

Meisjes met een genderidentiteitsstoornis zetten vaak een grote mond op en gedragen zich erg stoer, soms ongepast. Ze zullen het mannelijke gedrag dat ze uit hun omgeving oppikten imiteren, maar dan uitvergroot.

Genderdysfore jongens zijn vaak schuchter en verlegen en aanhankelijk. Meestal hebben ze een laag zelfbeeld en weinig vertrouwen. Zij moeten leren meer zelfvertrouwen te krijgen als ze in contact komen met andere jongens, omdat ze heel vaak niet aanvaard worden door hun leeftijdsgenootjes.

Kinderen met genderdysforie hebben het veel moeilijker dan andere kinderen om aansluiting te vinden bij leeftijdsgenootjes. De kans dat ze in een isolement geraken is reëel. Het kind hoeft zich daarom echter niet ongelukkig te voelen.

Soms zoeken kinderen dat sociale contact bij volwassenen, wat niet altijd goed is. Interactie met leeftijdsgenootjes is nodig om sociale vaardigheden bij te brengen en uit te wisselen.

  • Professionele hulp zoeken

Het kan zijn dat je het als ouder moeilijk vindt om met de genderidentiteit van je kind om te gaan, en daar is ook helemaal niets mis mee. Sommige ouders hebben er geen problemen mee, anderen weten niet wat te doen.

 

Gedragstherapie kan dan een goede oplossing zijn. Je kind leert een breed scala van gedragingen aan en zal zich uiteindelijk beter in zijn vel voelen omdat het weet hoe het moet reageren.

Back to top